Claude Loxhay, jazzmagaround (09/07/2014)
"« Antiduo », comme les Antimémoires de Malraux ? Le pianiste Erik Vermeulen est un habitué des duos : avec le saxophoniste Ben Sluijs (dernièrement « Décades » chroniqué sur le site) et, plus aventureux, un duo avec le batteur Eric Thielemans. Ici, le natif d'Ypres (1959), rencontre un jeune pianiste né en 1990, Seppe Gebruers, féru de l'exercice solo et adepte d'un courant musical mêlant jazz, improvisation, classique et minimalisme. Il fait aussi partie de deux formations prometteuses, hors des sentiers battus : le septet Ifa Y Xango's dont l'album « Abraham » a été salué comme « best debut album 2013? par New York City Jazz Records et le sextet Mount Meru (album « Arbres »). Bien connu pour sa prise de risque le label El Negocito nous propose ici 18 improvisations enregistrées au Singel d'Anvers, entre 2010 et 2012 (c'est le contrebassiste Manolo Cabras qui a réalisé le mixage), 18 courtes pièces énigmatiquement numérotées de 0120120330 à 2020120430 « Disco ». Un échange inter-générationnel qui s'inscrit résolument dans la lignée des nouvelles musiques improvisées."

Didier Wijnants, De Morgen, p.M8 (30/01/2014)
"een boeiend tussentijds rapport van hun clash" (...) "een bloemlezing van achttien stukjes instant composing. Het zijn erg gebalde stukjes, gemiddeld korter dan drie minuten en allemaal met een sterke focus en geen rococo tierlantijnen. De combinatie van atonaliteit en lyriek doet soms denken aan de vroege Marilyn Crispell en aan Charles Ives. Je hoort veel echo's, van barok tot John Cage en Monk, maar een herkenbaar thema krijg je niet. Als luisteraar moet je even hard zoeken als de pianisten zelf. Je kunt dat een helse opgave vinden, maar je kunt het beter als een fijn geschenk beschouwen waar je nog maanden mee zoet bent."

Guy Peeters, enola.be 8/10 (20/12/2013)
"Op de valreep van 2013 werpen we u nog een schoontje toe van het Gentse el NEGOCITO-label, dat hiermee al aan zijn veertiende release toe is. Een knappe catalogus met een handvol opvallende uitschieters (zoals de fijne platen van het CO2 Quartet, de debuutplaat van De Beren Gieren en het eerder dit jaar verschenen Faerge van Ruben Machtelinckx & co.), waar pianoduet Antiduo ook toe gerekend mag worden.
Je zou in de val kunnen trappen en de relatie tussen Erik Vermeulen, misschien het meest bekend van zijn mooie albums en concerten met Ben Sluijs, en de dertig jaar jongere Seppe Gebruers (Ifa Y Xango, Mount Meru, etc), kunnen omschrijven als eentje tussen leerkracht en leerling, meester en volgeling. Ongetwijfeld berust dat ook op de waarheid, de ene is nu eenmaal een docent, maar slechts deels, want wat je tijdens deze achttien geïmproviseerde stukken te horen krijgt, bevat geen hiërarchie, geen hoofd- en bijrol, geen winnaar of verliezer.
Op uiteenlopende momenten tussen 2010 en 2012 kwamen de twee samen in de Antwerpse Singel om muziek te spelen. Om samen te improviseren, of, zoals ze het zelf ook definiëren: bezig zijn met instant compositie. Elke improvisatie, ook of zeker als je met twee bent, streeft immers naar een innerlijke coherentie, het vertellen van het verhaal en het opbouwen van een relatie, die op talloze manieren tot stand kan komen. De stukken op Antiduo, die als titel allemaal een cijfercode dragen waarin de opnamedatum verwerkt is, zijn vaak van de onvoorspelbare, ontglippende soort, soms zelfs met een schizofreen randje, maar van een wedstrijdje epateren is geen sprake, want gemeenschappelijke focus staat voorop.
Achttien stukken voor twee piano's, dat klinkt al intimiderend en moeilijk behapbaar, maar uiteindelijk valt het nogal mee. Dat de stukken erg compact blijven -- slechts twee maal wordt de vier minutengrens overschreden -- draagt daar natuurlijk toe bij. Om de twee, drie minuten krijg je zo een verse start, een nieuw gesprek dat de ene keer een vraag-en-antwoordtactiek hanteert, maar soms ook iets heeft van gesprekspartners die zo gretig inpikken op elkaars suggesties dat ze door elkaar beginnen tetteren en aanvullen. En dat terwijl de stukken erg divers zijn, qua temperament en opvulling, maar het album als geheel erg coherent klinkt.
Opmerkelijk, omdat je soms binnen één en hetzelfde stuk kan spreken van verschillende gedaantes, van krachtige pianoaanslagen, knip- en plakwerkachtige reeksen van ideeën en naar binnen gerichte reizen die volop ruimte laten voor stilte en het rondmalen van de gedachten. Vaak geeft de grilligheid of speelse toon (het derde stuk lijkt even een klankband bij rondstampende cartoonfiguren) aan dat het om improvisatie gaat, maar soms kan je amper geloven dat het daadwerkelijk het geval is. Het zesde stuk voelt in z'n aanloop helemaal niet aan als een ter plekke bekokstoofde ideeëncombinatie, daarvoor lijkt het samenspel, ragfijn en breekbaar, te doordacht. En toch.
De ene keer wordt er al explicieter op elkaar ingespeeld dan de andere, wat zorgt voor een evenwichtige spanning tussen prikkeling en verwarring. Voelt het een enkele keer aan als begeleiding bij een surrealistische film (#4), dan beland je later in een heen-en-weergekets tussen nervositeit en bedachtzaamheid (#14) of meespelend drama (#15), al dan niet met marsritme (#16). Het slotstuk voert de luisteraar nog eens mee op een subtiele droomreis die de verzameling improvisaties stijlvol uitgeleide doet.
Improvisatie is vaak muziek van tegenstellingen, van toeval en structuur, van vrijheid en discipline, van techniek en van poëzie, en dat is hier niet anders. Vermeulen en Gebruers zijn er in geslaagd om improvisaties, die zowel knikken naar de freejazz als de hedendaagse klassieke muziek, uit te voeren met een rijke verbeelding en gelijkgezindheid die toch de nodige spanning en wrijving toelaat. Dat beide artiesten trots zijn op het resultaat is dan ook niet meer dan normaal. Voor de ene is het een bevestiging van zijn status als een van de boeiende pianisten van het land, voor de andere zet het de poort naar een boeiende toekomst nog wat verder open.
Mooie bonus is ook het artwork van Jelle Gebruers, een mooi vervolg op wat hij maakte voor het album van Ifa Y Xango. Hopelijk het begin van een lange reeks.

Koen Van Meel, Kwadratuur ***1/2 (19/12/2013)
"Met achttien tracks die samen nog geen uur duren, hebben pianisten Seppe Gebruers (Ifa y Xango) en Erik Vermeulen (Ben Sluys) duidelijk niet voor de lange stukken gekozen. Heel wat luisteraars zullen het hen niet kwalijk nemen, want wat de twee als Antiduo laten horen, is niet het meest voor de hand liggende. Als "streepje muziek" faalt de cd van het tweetal grandioos. Gebruers en Vermeulen laten immers de akkoordenschema's, thema's en strakke ritmische patronen voor wat ze zijn en kiezen het ruime improvisatiesop.
De eerste twee stukken (de titels van de verschillende tracks verwijzen naar de datum waarop ze werden opgenomen) zijn even doorbijten, vooral omdat de twee zich niet tevreden stellen met een piano battle. Nu en dan mogen ze dan heel verschillend uit de hoek komen, soms zelfs op hetzelfde moment, nooit is het zomaar tegen elkaar op spelen. Er wordt minstens evenveel geluisterd als gespeeld, wat heel goed hoorbaar wordt in het openingsstuk. Waar de ene voor een uitgesproken zachte benadering kiest in het linkerkanaal, opteert zijn collega voor een scherp geslepen en spichtige klank. Naar het einde toe lijken de rollen (of de kanaalverdeling?) echter omgewisseld, alsof de twee de luisteraar geen enkele vorm van houvast gunnen.
Soms klinken de twee echter wel mooi homogeen, al moet de luisteraar er ook op die momenten de dwarse ideeën bijnemen. Schubertiaanse romantiek (echo's van 'Erlkönig' en 'Der Atlas') wordt steevast gekruist met een atonale lyriek. Die combinatie doet bij momenten denken aan de klankwereld van Matthew Shipp, zeker wanneer er een abstracte jazzfrasering aan gekoppeld wordt.
Andere stukken laten een pointillistisch staccato horen, of net impressionistische akkoorden die in al hun dissonantie knap in elkaar overvloeien. Dit levert vooral in '0420120330' een fraai geluid op als van ontstemde klokjes. Het is in deze stukken dat Vermeulen en Gebruers ook een knap toucher laten horen, wat ook in '1220120430' mooi van pas komt, wanneer de pianisten verschillende melodische lagen over elkaar laten schuiven en Monks 'Misterioso' even een rondje mee mag draaien.
Met de atonale en dissonante benadering leunt de muziek van Vermeulen en Gebruers sterk aan bij de hedendaagse gecomponeerde muziek. De cd zal dus mogelijk bij heel wat luisteraars gesloten overkomen, wat niet wegneemt dat de pianisten consequent met het muzikale materiaal omspringen. Dit is niet alleen te horen wanneer het spel van de twee uniformiteit begint te vertonen, maar ook in de ontwikkeling van de ideeën. Het is opmerkelijk dat dit geavanceerde aspect van het samenspel niet alleen te horen is op de recentste opnames uit 2012, maar ook al op de stukken van twee jaar eerder. Zo wordt '1820100402' ingezet met een duidelijke muzikale basiscel die later, wanneer de er van afgedwaald zijn, af en toe nog eens opgerakeld wordt.
Hier en daar mag het precies ook wel wat concreter, zoals in '1620110218'. Hier beginnen de twee met een hoemparitmiek en een hobbelende melodie als in een marsparodie, waarna ze het duidelijke kader uiteen laten vallen om tenslotte virtuoos te gaan rollen en ratelen om op het einde plots samen te eindigen.
'Antiduo' is geen gedroomd kerstgeschenk voor wie graag eens een "jazzke" heeft. Daarvoor is het muzikale resultaat te zoekend en te weerbarstig. Maar wat kan er anders verwacht worden van een jonge hond die zich zonder reserves gooit en een gevestigde waarde die ondanks zijn beperkte productiviteit nog steeds tot de boeiendste pianisten van België behoort?"

Danny De Bock, Jazzepoes
"'Antiduo' is het resultaat van wat deze twee pianisten op verschillende momenten samen improviseerden in de Singel. Gebruers en Vermeulen kunnen voor wie de Belgische jazz een beetje volgt geen onbekenden zijn. Bij Gebruers denken wij vanzelf aan Ifa Y Xango en Bambi Pang Pang, bij Vermeulen aan Ben Sluijs en het Erik Vermeulen Trio. Gebruers en Vermeulen verschillen zoveel in leeftijd dat de ene de zoon kon zijn van de ander. In hun samenspel klinken zij alsof zij een geestelijke band hebben en kunnen wij spreken van twee handen op één buik.
'Antiduo' biedt een luisterervaring die vergelijkbaar is met de kijkervaring in een caleidoscoop.Één waar je niet zelf aan draait, maar je overgeleverd bent aan wat een kunstenaarsduo er mee fabriceert. Deze auditieve caleidoscoop lijkt door Gebruers en Vermeulen zowel in elkaar gestoken als bediend. Zij hebben de kleurschakeringen en uiteenlopende vormen bepaald die zich gaandeweg aan de luisteraar aanbieden. Zolang de cd speelt, is er zoals met een caleidoscoop geen weg terug, de enige optie is vooruit. Vaak hanteren de beide pianisten een rustig tempo om motiefjes open te leggen en te laten groeien tot kleine, schitterende mozaïekjes. Deze stukjes zijn niet één en al symmetrie, maar evenwichtige instant-composities. De vergelijking met een caleidoscoop moet u zien als een metafoor, voor iemand met de technische bagage om de muziek te analyseren dringen zich wellicht andere termen op om te beschrijven hoe de twee muzikanten elkaars insteek fijntjes beantwoorden en nieuwe patronen voorstellen. De meeste opnamen op de cd zijn van 2012, maar er zitten er een aantal tussen van 2010 en 2011. De oudste stukjes duiken verder in de cd op, zo ongeveer na een half uur. Daarop volgen er twee van 2011 en daar gaan de pianisten wat heftiger te keer. In de opbouw van de cd wekt het de stellige indruk dat met veel animo naar een finale wordt toegewerkt, terwijl we in feite inkijk krijgen in een tussentijdse fase van de samenwerking. Het luisterspel wordt afgerond met een ruim acht minuten lang stuk uit 2010 en één half zo lang uit 2012. Zeker intrigeert en boeit het voorlaatste enorm, de twee pianisten halen één en ander uit de kast. Niet minder zetten de aanpak van het spaarzamere en gerichtere slot en het eerste half uur van de cd aan tot herbeluisteren en uitkijken naar een live concert van de twee samen.
'Antiduo' ademt merkwaardige finesse en klasse uit."

Bernard Lefèvre, Jazzmozaiek, p.43, quotering: zeer goed (2013/4)
"In deze 18 improvisaties, opgenomen in de Singel op verschillende momenten tussen 2010 en 2012, gaat de jonge pianist Seppe Gebruers (23) met meester-pianist Erik Vermeulen (54) ergens tussen jazz en klassiek in freewheelen. Het zijn meestal korte impressionistische toetsen, soms wat tegendraads en uithalend expressief, maar in zijn geheel intimistische en minimalis- tische, hedendaagse muziek. Het jong geweld (Gebruers) contrasteert met de introverte verkenning (Vermeulen). Niet te missen voor wie avontuurlijke piano (en hier dubbel op) op zijn best wil ontdekken."

Frederick Goossens, Focus Knack ***** (../../2013)
"Pianist Erik Vermeulen heft het over de beste plaat van zijn carrière. Dat is geen kattenpis, want de kluizenaar van de vaderlandse jazz is steeds goed voor uitdagend en intelligent spel op hoog niveau. Als docent van jaren nam hij bovendien al generaties pianisten onder de vleugels. Een van zijn jongste kuikens is Antwerpenaar Seppe Gebruers. Op Antiduo spelen de twee verstoppertje in de antichambre van de jazz. Het is niet steeds duidelijk wie het hoogste woord voert in hun intieme dialogen, maar vaker dan niet zijn de meester en zijn leerling het gloeiend met elkaar eens. In een achttiental vrij geïmproviseerde miniaturen die, op een enkele uitzondering na, niet boven de vier minuten aflokken, volgen ze elkaars kronkels als een pilootvisje een grote haai. Pianistiek plezier en een duo dat je vooral ook moet beleven, ongetwijfeld."

Karel Van Keymeulen, de Standaard *** (27/11/2013)
"Het zijn korte vignetten, op één langer stuk na. Ze hebben een experimenteel aroma, schurken zich aan tegen een klassieke pianotaal en gaan vooral een eigen weg. Dat pad loopt soms zigzaggend. Sommige songs zijn lichtvoetige gesprekjes, met veel aanzetten, onafgemaakte zinnen, stoplappen en herhalingen. Andere zijn mijmerend, spannend, donker of vol raffinement en finesse. Heel even gebruiken ze grote gebaren en laten ze de piano's op hol slaan, maar vaak tasten ze de fijnste klanken van de piano af."